'Dagger Smart Dagger, works with thigh' 2016

Installation; Four video projections, five programmed LED lamps, iron stands, lacquered wood, laserprints on paper, Formica panels, steel frames, ceiling tiles, oil drums, floor isolation roles, electricity gutter, Mesh panel, light boxes, glass, lamp stand. Dimension: 26 x 10 x 5 m. (w x d x h)

 

March - July 2016: Snapshot of a larger order, Noletloodsen - Ketelfactory, Schiedam (NL): http://snapshotschiedam.nl/kunstenaars/wineke-gartz/

Part of the text by Lucette ter Borg from the exhibition guide ( See below for full Dutch and English text) :

 

Since Wineke Gartz left the Rijksakademie in Amsterdam in 1998, she has been exploring — as she calls it — ‘the multi-layered coexistence of images, realities and emotions.’ Her video work, to be seen at exhibitions, both nationally and internationally, comes to you in large, space filling installations, where image streams create an effect which is personal and yet possesses a quality of universal validity.

At the Noletloodsen, she has once again ripped open a universe. Dagger Smart Dagger, works with thigh is a twenty-six metre long ‘street’, which the viewer moves along. Projected onto the facades on that street — the walls of the warehouse — are video collages of office buildings, street lanterns, empty industrial estates, the occasional silhouette of a commuter. I see windows, LED lighting, there are reflections of light and colours of ads at a technical trade fair. In between, drawings pop up of hips and jewellery, hips with belly chains, jewellery around a neck. It’s beautiful, it sparkles, but all has been portrayed with a slight touch of bitterness and a certain melancholy.

What stands out are the many writings and notes by Gartz herself, which she filmed in her studio with a handheld camera. ‘Just to understand’, I read. As an incentive, as a tool to comprehend the fragmentised world. Further along, a song lyric by Ziggy Marley: ‘A lifetime isn’t enough to love you, and one lifetime isn’t enough to live. Took the risk just to understand, because I am yeah yeah.’ I recognise that lyric from one of her previous works. Especially that ‘I am yeah, yeah’ is beautiful — like erasing a sentence halfway through.

In Dagger smart Dagger, works with thigh Gartz successfully fuses the internal world of her studio with the world outside. Both are worlds of ambivalence and ambiguity. A purple circle repeatedly spins across the images like a shadow: as though I’m looking through a beautiful peephole. In front of the projections are arrangements of building materials. Oil barrels are plastered with drawings, a perfectly polished metal grate lies on the floor, a tripod features as an abstract sculpture. Many elements are recurrent: a formal, rhythmical pattern arises.

What makes Gartz’s work so good, is that it envelops you, whilst offering room for more. The work doesn’t confine itself to this twenty-six metre ‘street’. It bleeds right through the walls of the Noletloodsen, out, into the world. You need only look closely, and you’ll see it.

show Text Lucette ter Borg (NL):

Uit de Wandelgids, uitgegeven door de Ketelfactory:

Het raadsel van beweging

De doordeweekse dagen zijn het mooist, en dan vooral het uur waarop de auto’s bumper aan bumper voortkruipen naar het stoplicht en benzinedampen over straat slieren. Vrachtwagens worden uitgeladen, bij de geldautomaat zorgt een dubbel geparkeerde auto voor oponthoud, fietsbellen rinkelen. Dit is het moment waarop mannen en vrouwen zich op hun superfietsen naar de kantoren op de Amsterdamse Zuidas spoeden, zo hard mogelijk trappend, hoofd op het stuur, oortjes in, kop aan staart. Dit is het ogenblik dat ouders hun kinderen meetrekken naar school, in een plompe bakfiets proppen en: hup – trappen maar. Op zo’n bakfiets is het moeilijk omvallen, dus onderweg kan best de smartphone worden gecheckt terwijl de kinderen aan hun croissants sabbelen.

Dagelijks loop ik met mijn honden mee in de flank van de doordeweekse ochtendspits in Amsterdam en verwonder me erover hoe al die drukte in beweging is, alles langs elkaar, door elkaar heen, en hoe er zelden iets mis gaat. Ik verwonder me over al die onzichtbare lijnen die over straten, trottoirs, fietspaden lopen en waar overheen al die krioelende, telefonerende, whatsappende mensen achteloos hun weg lijken te vinden. Als ik een camera had en zou uitzoomen, zou ik dan een patroon herkennen? Zou ik een rode draad vinden, een spoor van broodkruimels dat leidt naar de ratio achter deze drukte, het geluk, de schoonheid ervan?

Ik word altijd blij als ik het chaotisch gestemde en tegelijkertijd zo secure werk van beeldend kunstenaar Wineke Gartz (1968) zie. Ik voel me thuis bij de schetsmatige universa die zij volgens een bijzondere logica bouwt en die bestaan uit projecties, objecten, glas, stalen rasters, tekeningen, teksten en geluid. Het lijkt namelijk alsof Gartz de verwarring, de schoonheid, de afschuw die ik ervaar in de ochtendspits, de onzichtbare lijnen die ik voel tijdens de drukte, al die verschillende fragmenten die elkaar raken en dan weer weg zijn, die contact en geen contact met elkaar hebben – ja, het lijkt alsof Gartz het raadsel van al die bewegingen weet te vangen in haar werk.

Wineke Gartz doet, sinds ze in 1998 de Rijksakademie in Amsterdam verliet, onderzoek naar – zoals ze dat zelf zegt – ‘de veelgelaagde co-existentie van beelden, realiteiten en emoties.’ Haar videowerk, te zien op tentoonstellingen in binnen- en buitenland, komt tot je in grote ruimtevullende installaties, waar stromen van beelden een effect creëren dat persoonlijk is en toch een algemeen geldende kwaliteit bezit.

In de Noletloodsen heeft ze opnieuw zo’n universum opgetrokken. Dagger Smart Dagger, works with thigh is een ‘straat’ van zesentwintig meter lengte, waarlangs je als kijker voortbeweegt. Op de ‘gevels’ langs die straat – de muren van de loods – zijn videocollages geprojecteerd van kantoorgebouwen, straatlantaarns, lege industrieterreinen, af en toe zie je silhouetten van mensen die naar hun werk gaan. Ik zie ramen, LED-verlichting, er zijn reflecties van licht en de kleuren van reclames op een technische beurs. Daartussen duiken tekeningen op van heupen en sieraden, heupen met kettingen om het middel, sieraden om een hals. Het is mooi, het blinkt, maar alles met een vleugje wrangheid en weemoed in beeld gebracht.

Opvallend zijn de vele teksten en aantekeningen van Gartz zelf die ze in haar atelier met een handcamera heeft gefilmd. ‘Just to understand’, lees ik. Als aansporing, als middel om de gefragmenteerde wereld te begrijpen. Verderop een songtekst van Ziggy Marley: ‘A lifetime isn’t enough to love you, and one lifetime isn’t enough to live. Took the risk just to understand, because I am yeah yeah.’ Die tekst ken ik uit ouder werk van haar. Vooral dat ‘I am yeah, yeah’, is mooi – alsof je een zin halverwege uitgumt.

In Dagger smart Dagger, works with thigh slaagt Gartz erin de binnenwereld van haar atelier organisch te laten versmelten met de buitenwereld. Het zijn werelden die allebei ambivalent en meerduidig zijn. Een terugkerende, paarse cirkel draait als een schaduw over de beelden heen: alsof ik kijk door een prachtige peephole. Voor de projecties staan bouwmaterialen opgesteld. Olietonnen zijn beplakt met tekeningen, er ligt een keurig gepoetst metalen raster op de vloer, een statief figureert als abstracte sculptuur. Veel elementen komen terug: er ontstaat een formeel, ritmisch patroon.

Wat zo goed is aan het werk van Gartz, is dat het je inpakt, maar tegelijkertijd ruimte biedt voor meer. Het werk houdt niet op bij deze zesentwintig meter lange ‘straat’. Het gaat dwars door de muren van de Noletloodsen heen, naar buiten, de wereld in. Je hoeft alleen maar goed te kijken, en dan zie je het.

 

Text: Lucette ter Borg, Wandelgids, Snapshot of a Larger Order, Ketelfactory

show Text Lucette ter Borg (ENG)

From the exhibition guide, published by de Ketelfactory:

The riddle of movement

The weekdays are the most beautiful, and especially the hour at which the cars crawl, bumper to bumper, towards the traffic lights and the petrol fumes swirl up and down the streets. Trucks are unloaded, a double-parked car causes congestion by the cash point, bicycle bells ring. This is the moment at which men and women speed their supersonic bikes to their offices on the Zuidas of Amsterdam, peddling at the top of their lungs, head on the handlebar, earplugs in, head to tail. This is the moment parents drag their children to school, stuff them into clumsy cargo bikes and: giddy-up, peddle away. It’s hard to fall over on one of these cargo bikes, so there’s no problem with checking the smartphone on the way, while the children suck their croissants.

Daily, I walk my dogs along the flank of the weekday morning rush hour in Amsterdam and I am astonished at the way in which all of that turmoil manoeuvres itself, everything passing and crossing, and how rarely anything goes wrong. I am astounded at all of those invisible lines running across streets, pavements, cycling lanes and how, in all this swarming, telephoning, whatsapping, people appear to carelessly find their way. If I had a camera and I zoomed out, would I be able to discern a pattern? Would I find a thread, a trace of bread crumbs leading to the ratio behind this tumult, the bliss, the beauty of it?

It always delights me to see the chaotically dispositioned yet highly particular work of artist Wineke Gartz (1968). I feel at home in the sketchy universes she constructs according to an extraordinary kind of logic, consisting of projections, objects, glass, steel grids, drawings, text and sound. It is as though Gartz manages to somehow capture the confusion, the exquisiteness, the loathing I experience during morning traffic, all of those different fragments brushing each other, then disappearing, in contact and yet not in contact with one another — yes, it is as though Gartz captures the riddle of all of those movements in her work.

Since Wineke Gartz left the Rijksakademie in Amsterdam in 1998, she has been exploring — as she calls it — ‘the multi-layered coexistence of images, realities and emotions.’ Her video work, to be seen at exhibitions, both nationally and internationally, comes to you in large, space filling installations, where image streams create an effect which is personal and yet possesses a quality of universal validity.

At the Noletloodsen, she has once again ripped open a universe. Dagger Smart Dagger, works with thigh is a twenty-six metre long ‘street’, which the viewer moves along. Projected onto the facades on that street — the walls of the warehouse — are video collages of office buildings, street lanterns, empty industrial estates, the occasional silhouette of a commuter. I see windows, LED lighting, there are reflections of light and colours of ads at a technical trade fair. In between, drawings pop up of hips and jewellery, hips with belly chains, jewellery around a neck. It’s beautiful, it sparkles, but all has been portrayed with a slight touch of bitterness and a certain melancholy.

What stands out are the many writings and notes by Gartz herself, which she filmed in her studio with a handheld camera. ‘Just to understand’, I read. As an incentive, as a tool to comprehend the fragmentised world. Further along, a song lyric by Ziggy Marley: ‘A lifetime isn’t enough to love you, and one lifetime isn’t enough to live. Took the risk just to understand, because I am yeah yeah.’ I recognise that lyric from one of her previous works. Especially that ‘I am yeah, yeah’ is beautiful — like erasing a sentence halfway through.

In Dagger smart Dagger, works with thigh Gartz successfully fuses the internal world of her studio with the world outside. Both are worlds of ambivalence and ambiguity. A purple circle repeatedly spins across the images like a shadow: as though I’m looking through a beautiful peephole. In front of the projections are arrangements of building materials. Oil barrels are plastered with drawings, a perfectly polished metal grate lies on the floor, a tripod features as an abstract sculpture. Many elements are recurrent: a formal, rhythmical pattern arises.

What makes Gartz’s work so good, is that it envelops you, whilst offering room for more. The work doesn’t confine itself to this twenty-six metre ‘street’. It bleeds right through the walls of the Noletloodsen, out, into the world. You need only look closely, and you’ll see it.